Passend werk

Passend werk.
Mei 1956  ik zwaaide af na een diensttijd van 18 maanden te hebben vervuld eindelijk vrij, maar ja je bent wel vrij maar je hebt ook geen werk en dat wil zeggen ook geen inkomen en dat terwijl je ouders het al niet zo breed hebben, dus op zoek naar werk dat ook toen niet voor het oprapen lag maar er was een beurtschipper in Hoogeveen die nog wel iemand kon gebruiken en aangezien ik voor mijn diensttijd ook al bij een schipper in
Meppel had gewerkt wist ik wel ongeveer wat er van mij verwacht werd dit werk heb ik dan ook bijna een jaar gedaan. Maar ik wist dat de conservenfabriek van Lucas Aardenburg in Hoogeveen bijna altijd wel mensen kon gebruiken, tegenwoordig gaat alles via uitzendbureaus maar in de jaren 50/60 was dat anders je stapte naar het kantoor van het bedrijf melde je aan en vroeg gewoon kunnen jullie mij gebruiken en in de meeste gevallen kon je de andere dag beginnen en dan had je voor een seizoen werk en als je dan genoeg dagen opbouwde had je kans dat je de komende winter in de WW kon komen. Ik had het geluk dat ik dagen genoeg had toen het werk afgelopen was en mij dus kon aanmelden voor een WW uitkering dat is natuurlijk ook geen vetpot maar het brengt toch een beetje verlichting voor je ouders, tevens deed zich toen de mogelijkheid voor om met behoud van je uitkering een omscholingscursus te volgen ik heb dit met beide handen aangegrepen en heb mij laten omscholen tot constructiebankwerker/lasser dit duurde anderhalf jaar. De school waar de lessen plaatsvonden stond in Emmen wij hadden vrij reizen met de bus vanaf het zuideropgaande gingen we elke morgen op de fiets naar Noordscheschut waar we op de bus stapten naar Emmen. De cursus bestond voor het grootste gedeelte  uit praktijk met nog een klein gedeelte theorie.  Na anderhalf jaar aan het einde van de cursus moest je examen doen en dan was je klaar voor de arbeidsmarkt maar ja in die tijd stonden er in Hoogeveen nog niet zoveel bedrijven op het gebied van constructiewerk maar op het arbeidsbureau zaten ze ook niet stil want ze hadden je laten omscholen dus voelden ze zich ook wel een beetje verplicht om je aan passend werk te helpen en dat was er ook wel maar niet in Hoogeveen, totdat er een aanvraag bij het arbeidsbureau in Hoogeveen binnenkwam dat er een grote scheepsbouwer in het westen van het land dringend behoefte had aan constructiebankwerkers en Hoogeveen had er nog wel een aantal in de aanbieding.  Na enig overleg besloten we om met zijn drieën te gaan we zaten namelijk ook samen op de omscholing maar eigenlijk had je ook niet veel te kiezen want als je weigerde werd je uitkering stop gezet maar bij nader inzien was het best een leuke tijd en van huis was ik wel gewend

  

 Met zijn drieën vertrokken we met de trein uit Hoogeveen richting s Hertogenbos dan met de bus via Vlijmen naar Heusden, want we moesten ons melden bij de scheepswerf van Cornelis Verolme in Heusden een leuk stadje aan de maas. Jan Deuten  Rinus Kouwenburg [piere] en ondergetekende reisden dus af naar Heusden en we konden onze intrek nemen in Hotel Het Wapen Van Amsterdam dit hotel was ook weer het eigendom van Verolme dus ook het personeel van het hotel was in dienst van Verolme. Cornelis Verolme was in de jaren 50 de grootste scheepsbouwer van Nederland met verschillende grote scheepswerven in binnen en buitenland want als er een werf failliet dreigde te gaan was het Verolme die de zaak redde door de werf over te nemen. Verolme was in die tijd te vergelijken met heden ten dage Hennie van de Most.   
Cornelis Verolme was de zevende zoon van een aardappelboer uit Goeree Overflakkee hij volgde de ambachtschool en werd opgeleid tot smid en bankwerker en deed in de jaren 20 ervaring op bij verschillende bedrijven rond Rotterdam en mede door een avondopleiding behaalde hij zijn MTS-diploma. In 1928 kwam Verolme in dienst bij Gebr Stork & Co te Hengelo waar hij zich bezig hield met de constructie en inbouw van scheepsmachines Verder had  Verolme een aandeel in de verkoop van motoren, waardoor er tal van relaties ontstonden met directies en vertegenwoordigers van scheepswerven in binnen en buitenland. Na een conflict met de directie in 1946 nam Verolme ontslag en vestigde zich als zelfstandig ondernemer eerst in Hengelo maar een jaar later in Rotterdam, hij begon een machinefabriek in een gebouwtje van 18 bij 10 meter en hield zich bezig met het ontwerpen en instaleren van complete voortstuwingsinstallaties voor zee en binnenschepen.

 

Er volgden al snel uitbreidingen in verband met het instaleren van motoren in zeeschepen. Verolme verdiende zijn eerste miljoenen door het opkopen en reviseren van door brand beschadigde en verdronken motoren die voor Duitse rekening waren gebouwd, in 1950 nam Verolme de scheepswerf van Jan Smit Czn te Alblasserdam over vanaf dat moment begaf Verolme zich op het terrein van de grote scheepsbouw. Al in 1959 had Cornelis Verolme 68 miljoen gulden op de bank staan, één van zijn uitspraken  was dan ook jongen je moet nooit rusten voor je de bovenste sport van de levensladder bereikt hebt en met deze uitspraak in het achterhoofd klom Cornelis Verolme uit het niets op tot de grootste naoorlogse scheepsbouwer van Nederland, maar zo hoog als hij klom zo diep viel Cornelis Verolme ook weer waarbij hij zijn hele imperium  binnen een aantal jaren ook weer verspeelde en als sneeuw voor de zon verdween.

                                                                                                                                                      In 1954 nam Verolme de werf van De Haan & Oerlemans te Heusden over en maakte deze geschikt voor schepen tot 20.000 ton groter kon niet want deze schepen moesten via Rotterdam naar open zee en aangezien er tussen Heusden en Rotterdam een aantal vaste bruggen lagen maakte dit de doorvaart onmogelijk, de bovenbouw zoals de stuurhut werden dan ook apart op een ponton vervoerd  en in Rotterdam werd het schip dan afgebouwd. In het middenoosten was het erg onrustig en door de crisis in het middenoosten was het Suezkanaal gestremd maar er moest wel olie aangevoerd worden dus de vraag naar grote schepen werd steeds luider er werd een werf overgenomen in Rozenburg en in 1955 besloot Verolme zich toe te leggen op de bouw van mammoettankers met een laadvermogen van meer dan 100.000  ton. Rond 1960 richtte Verolme zijn blik over de grens en nam een oude werf over in Cork in Ierland en besloot ook een nieuwe werf te bouwen in een baai bij Rio de Janeiro compleet met woonwijken voor het personeel Cornelis

 

Verolme maakte een boottocht langs de Braziliaanse kust en zag toen een baai ruim genoeg voor een grote werf, hij huurt daar 40 hectare oerwoud voor de duur van 99 jaar, het was een prima plek aan diep vaarwater maar eigenlijk een slechte keuze voor een zakenman want alle materialen en onderdelen moesten over water worden aangevoerd er moest nog een weg door het oerwoud aangelegd worden van 25 Km. De kranen en persen worden uit Nederland aangevoerd gelijk met de eerste 70 werknemers die met hun gezinnen naar Brazilië  vertrekken. Op  8 Februari 1959 vind de opening van de werf in de baai van Jacuacanga plaats door niemand minder dan Prins Bernhard. Voor de Nederlandse mannen is het een avontuur ze kunnen daar veel geld verdienen maar verschillende bezwijken voor de schoonheid van de Braziliaanse vrouwen. Er word door Verolme een compleet dorp gebouwd en voor de kinderen is het een paradijs altijd mooi weer het hele jaar zwemmen in zee, later wordt er ook een school gebouwd en een Nederlandse lerares aangesteld. Maar soms is na een zware regenbui de weg naar de werf zo modderig dat de mannen van huis naar de werf met een shovel worden vervoerd. De werf groeit snel en er worden schepen gebouwd van meer dan 100.000 ton na enkele jaren werken er 5000 werknemers en de hele streek profiteert van de werkgelegenheid. Twee keer per jaar komt Verolme voor 6 weken naar Brazilië en verblijft dan in zijn luxe villa. 

  

Als Verolme over de werf liep stopten de werknemers met werken ze gingen nog net niet in de houding staan de werknemers en oud werknemers droegen  Verolme op handen. Verolme is trots op zijn werf en zeer blij met zichzelf en tijdens een interview begin jaren 60 voor de Amerikaanse televisie somt hij in luttele seconden al zijn bezittingen op. ‘Ik heb 3 werven in Holland, en werven in Ierland, Brazilië en Noorwegen. Ik startte in 1946 helemaal alleen en nu werken er 12.000 mensen voor me en is het bedrijf tussen 100 en 120 miljoen dollar waard en ik ben de enige eigenaar’,  Een standbeeld van Verolme  dat in 1982 werd geschonken door een dankbare gemeenteraad wordt nog elke ochtend door de bevolking van Angra dos Reis afgestoft en opgepoetst. Maar dan wordt de tijd slechter en stort de internationale scheepsbouw in en Verolme denkt het tij nog te keren door in Rotterdam een reusachtig dok te bouwen voor schepen van 250.000 ton.  Maar dan moet Verolme een beroep doen op de regering want hier is zo ontzettend veel geld voor nodig en dan begint de regering voorwaarden te stellen en Verolme wordt gedwongen tot slechte overnames, de overheid dwingt hem zelfs tot overname van de werf  Rijn-Schelde in Vlissingen en die overname verloopt niet helemaal eerlijk hij mag zich steeds minder met het bedrijf bemoeien en uiteindelijk wordt hij uitgekocht  en weggestuurd met de boodschap dat hij zich niet meer met scheepsbouw mag bezighouden onder zijn eigen naam ,dus eigenlijk kun je wel  stellen dat een groot man als Cornelis Verolme  kapotgemaakt is door onze regering. 

   

Wij werden dus aangenomen door Verolme en namen onze intrek in het Wapen van Amsterdam, we hadden goed te eten en te drinken en een pilsje was er ook niet duur maar je wilt ook wel eens buiten de deur kijken . Het hotel lag op loopafstand van de werf we hadden een kamer van 4 personen en eten deden we gezamenlijk in de grote zaal waar je je ook s avonds kon vermaken met allerlei spelletjes maar één ding vonden we minder leuk namelijk de bedrijfsleider  had ook een kamer in hetzelfde hotel en die dacht eigenlijk  dat hij ook in onze vrije tijd een beetje baas over ons kon spelen en wij hadden ontdekt dat er ook buiten ons hotel best veel leuke kroegjes  te vinden waren en meer leuk spul natuurlijk, maar de bedrijfsleider besloot dat de deur om elf uur dicht ging en hij verwachte van ons dat we dan binnen waren maar dat vonden wij iets te vroeg. We verdienden best een leuk loon waarom zou je dan ook niet een beetje plezier maken en we gingen ook niet elk weekend naar huis dus dat reisgeld hielden we ook weer in de zak. Een leuk kroegje in dezelfde straat werd onze stamkroeg en als we dan vrijdag s avonds terug van ons werk kwamen stond meestal de kroegbaas al in de deur en groete  ons vriendelijk want hij wist natuurlijk dat we ons loon ontvangen hadden en dat een gedeelte daarvan weer bij hem terecht kwam, in die tijd werd het loon nog elke week uitbetaald en dan contant in een loonzakje. Als s avonds de kroeg moest sluiten dan gingen we met een stel jongens en meiden naar de keuken en dan waren we zogenaamd op visite en konden zo lang blijven als we zelf wilden.

   

 

 Maar bij ons hotel ging om elf uur de deur dicht dus daar moest wat op gevonden worden, maar we hadden geluk onze kamer lag op de begane grond en  het toeval wilde dat onze kamer openslaande deuren had dus we lieten gewoon de deur open en drukten de deur gewoon dicht en van buitenaf merkte dat immers niemand, nou ja niemand: de bedrijfsleider kreeg er lucht van dat er s nachts nog jongens binnenkwamen en die besloot daarop s nachts te gaan posten, hij verstopte zich tussen een aantal olievaten die achter het hotel stonden en zodoende betrapte hij ons dat we na middernacht binnen kwamen, hij kon ons natuurlijk niet straffen maar hij nam wel zijn maatregels door s avonds de deuren te controleren. Toen dat niet meer mocht zochten we naar een andere oplossing en dat was het raam van de badkamer, wat hij ook na enige tijd ontdekte en daar liet hij aan de binnenkant tralies monteren, toen kwam het dakraam aan de beurt maar ja dat werd al wat moeilijker want je moest eerst wel een stukje het dak op. Ja en dan s nachts in het donker met een klein stukje in je kraag ook nog een stukje tegen het dak op dat viel dus best tegen dus dat werd nog wel eens een gescheurde broek. Ach en uiteindelijk zag deze man ook wel in dat je volwassen kerels niet om elf uur in bed stopt.  En door de weeks gingen we niet laat naar bed want je moest natuurlijk weer op tijd op je werk zijn maar in het weekend wilde het nog wel eens gebeuren dat het een beetje uit de hand liep. De eerst paar weken op de werf was het best wel wennen als je als Drent tussen de Brabanders zit maar ach als je eenmaal  gedoopt bent kun je met Brabanders goed overweg. Ja wat dat dopen betreft daar ontkwam je niet aan, meestal gebeurde dat tussen de middag dan werd je een brede riem omgegespt met een haak eraan dan kwam de kraanmachinist in actie die pikte je aan de kraan en hij reed met je naar de maas vervolgens draaide hij zijn giek boven de Maas en liet je zakken en als je dan kopje onder geweest was werd je weer op het droge gezet, er was altijd wel iemand die nog een droge overal in zijn kast had liggen en zo kwam je de middag wel weer door.

 We kregen elke dag een lunspakket mee en een fles melk het was namelijk zo dat de meeste mensen in een gesloten ruimte werkten met alleen aan de bovenkant een mangat en daardoor konden de dampen van de lassers niet zo snel weg, maar Jan Deuten luste geen melk dus die maakte s avonds een fles ranja klaar om de andere dag mee te nemen naar de werf.Er waren een paar jongens op de werf die in de gaten kregen dat Jan ranja bij zich had en besloten dan ook maar om zo nu en dan een slokje te nemen, en och eerst merkte Jan dat niet alhoewel hij wel eens dacht wat is mijn fles toch snel leeg, totdat het steeds gekker werd en er voor Jan bijna niks overbleef en toen begon Jan argwaan te krijgen en dacht bij zichzelf hoe kom ik hier achter. Maar Jan was ook niet voor één gat te vangen en die melde zich s avonds bij de bedrijfsarts en verklaarde dat hij zo moeilijk naar de wc kon want op de werf waren geen wc om lang in te blijven want je kon er namelijk niet op zitten het waren hurk wc waar je echt niet voor je plezier bleef zitten en of de dokter daar misschien iets voor had om dat een beetje te versnellen, nou daar had de dokter natuurlijk wel een middeltje voor want ze zagen je niet graag in de ziektewet.Maar u begrijpt het natuurlijk al, Jan had hele andere plannen met dat middeltje en een paar dagen later maakte Jan dan ook ongemerkt zijn ranja klaar maar voegde wel een middeltje toe en de andere dag op de werf deed Jan alsof er niets aan de hand was maar hield wel goed in de gaten wie er wel erg vaak naar de wc liepen wat Jan wel eens de opmerking ontlokte: jonge, jonge, heb je hoge nood vandaag, wat bij Jan dan ook een flauw lachje teweeg bracht, maar  zo werden de daders opgespoord en die dit Jan natuurlijk  niet in dank afnamen maar in het vervolg niet meer van Jan zijn ranja dronken want ze waren een dag best van streek. Op een mooie zomeravond slenterden we met zijn vieren  langs de maas want ook een jongen uit Enschede was regelmatig bij ons, we hadden de nodige pilsjes gedronken het was inmiddels donker geworden en toen viel ons oog op de bootjes die langs de maaskant op het droge lagen en één van ons kwam op het idee om eens een stukje te gaan varen, ach ja dachten we waarom ook niet het is best lekker weer en zo zochten we een bootje uit waar we makkelijk met zijn vieren in konden en duwden de boot in het water, en hup allemaal in de boot en varen maar.
   

Maar als een houten boot langere tijd op de wal ligt droogt hij uit en gaan de naden allemaal open staan maar ja als het donker is en je bent wat overmoedig zie je dus niet alles. Je hebt dus dikke lol tot er op een gegeven moment iemand ontdekt dat hij natte voeten krijgt en dan blijkt er al bijna10 cm water in de boot te staat, dus met man en macht als de donder naar de kant roeien en zo snel mogelijk op de vaste wal zien te komen wat we allemaal nog mooi gered hebben.   (aandere keer wieder)